“The Wayward Regional Transmissions” reviewed by Goddeau

Kort na de Tweede Wereldoorlog suste Europa zijn geweten door een opgejaagd volk eindelijk zijn land terug te geven. Dat land, zo liet een oud en heilig boek weten, behoorde hen toe omdat hun God het hen geschonken had. Dat die grond intussen door iemand anders ingenomen was, was niet meer dan een vervelend euvel dat dra uit de weg zou worden geruimd.

Een slordige zestig jaar later is dat euvel nog steeds niet verholpen en worden begrippen als “martelaar”, “terrorist” en “legitieme verdediging” met in bloed gedrenkte woorden geschreven. Het onbegrip, de woede en de haat die aan beide kanten blijven opflakkeren vinden hun weg naar het dagelijkse leven en worden nu en dan vertaald naar geschriften en andere kunstuitingen. De vraag stellen of het ook maar iets betekent, is ze cynisch beantwoorden.

Op The Wayward Regional Transmissions stelt Ran Slavin ze toch, zij het verborgen en omfloerst. De audiovisuele kunstenaar confronteert op dit album traditie met moderniteit en laat ze in een utopische dialoog met elkaar treden. In niet minder dan de helft van de nummers (“Village”, “Wayward Initial”, “The Silence” en “Hagali”) werkt Slavin samen met Ahuva Ozeri, die in Israël bekend werd met haar traditionele klaagliederen in de traditie van Mizrahit-muziek. Maar het dagelijkse leven in Tel Aviv sluipt duidelijk binnen, want maar al te vaak weerklinkt in de nummers de grimmige realiteit.

Glitch en electro domineren “Village” zo sterk dat elke verzoeningspoging tussen Slavin en Ozeri op voorhand dreigt te mislukken. In de andere nummers weten beide stijlen elkaar echter wel te vinden en is er sprake van een echte kruisbestuiving. Zo ademt “Wayward Initial” paranoia en vervreemding uit, niet ondanks maar dankzij Ozeri, en klinkt “Hagali” op een hedendaagse manier net heel tijdloos. Ook “The Silence” weet met zijn vervreemdende karakter te boeien, en de klanken die Ozeri uit de bulbul tarang (een Indisch snaarinstrument) weet te halen, vloeien wonderwel over in Slavins clicks and cuts.

Moshe Eliahu tracht in “Jericho 6 AM” met een ud iets gelijkaardigs te verwezenlijken maar hier is de grootsteedse angst te sterk aanwezig om aandacht te besteden aan iets anders dan kille electro. Wanneer Eliahu ten langen leste toch gehoor krijgt, klinkt zijn stem zo ver weg dat alleen de echo nog weerklinkt. Nergens anders weet Slavin het onbestemde gevoel van een constante dreiging beter op te roepen: het geluidentapijt barst van de motieven maar geen van hen schreeuwt luidkeels om aandacht. Elke gil weerklinkt alleen binnen het eigen hoofd.

In schril contrast hiermee staat het opgejaagde en opgefokte “Kiosk In Furadis”, dat een popsong door de mangel haalt in wat klinkt als een frenetiek switchen tussen pop, drum ’n bass en statische ruis. “Shelters And Peace” daarentegen grossiert in onbestemde geluiden en klikkende ritmes. Het nummer zweert bij de herhaling van leidmotieven die op een afwisselende geluidssterkte en toonhoogte te horen zijn. “DAT Beats” haalt een gelijkaardige tour de force uit maar gooit er schijnbaar willekeurig allerlei stoorzenders en vaag herkenbare geluiden (vooral stemmen) tussen.

Het werk van Ran Slavin floreert vooral binnen de besloten en veilige kunstwereld, en ook The Wayward Regional Transmissions richt zich in de eerste plaats op die doelgroep. Maar net zoals het een illusie was om te geloven dat de staat Israël zich zonder kleerscheuren zou oprichten, is het naïef om te geloven dat Slavin in zijn cocon kon blijven functioneren. Bedoeld of niet, Slavins werk kan niet worden losgekoppeld van de dagelijkse onzekerheid die zijn thuisland teistert. Het geeft aan The Wayward Regional Transmissions onbewust een meerwaarde, ten goede of ten kwade.

Jurgen Boel