Langzaam, heel langzaam en bedachtzaam verandert de klankwolk van vorm. Elektronische geluiden, galm, echo en natuurlijke klanken zwermen om elkaar heen als gassen in een beperkte ruimte. Voor je er erg in hebt, doe je geen enkele poging meer te bedenken waar de oorsprong van wat je hoort zou kunnen liggen. De bubble van Queendom Maybe Rise is tegelijk fragiel en massief; ruimtelijk en benauw(en)d.
Geluidkunstenaar Marc Behrens werkt veelal zowel cerebraal als fysiek. Dat is op zijn eerste release op het Portugese label Crónica niet anders. In twee composities slaat hij zodoende een brug tussen het abstracte elektronische minimalisme van Raster-Noton en de maar al te vaak zeer tastbare realiteit die gekend is van bijvoorbeeld Francisco López. Waar Behrens bovendien met voorzichtig verschuivende drones en bewerkt stemgeluid componeert, verschijnen Holly Herndon en AGF op de radar.
Het lange Maybe Rise blijkt een gelukzalig huwelijk tussen utopische harmonie en symbolistisch hyperrealisme; een musique-concrète-collage opgebouwd uit veldopnamess uit regenwouden en de outback in Australië. Queendom is veel korter en meer etherisch, bijna bovennatuurlijk van aard. Zeer toepasselijk, aangezien het werd geschreven voor de inauguratieceremonie van het consulaat van het Koninkrijk van Elgaland-Vargaland; een fictieve staat die tegelijk maar al te werkelijk is (compleet met paspoorten, koningen, volkslied en grondwet). Zo is het ook met Queendom Maybe Rise; een geluidkunstwerk in twee delen dat zijn wezen in klank objectief presenteert als én-én: lichaam en hoofd, fictie en realiteit, vrijheid en beklemming, natuur en artefact. De subjectieve beleving daarvan beroert bovendien menige snaar ten diepste. Sven Schlijper
via Kindamuzik